De gemeente Eindhoven heeft het voornemen om drie gebouwen en twee kunstwerken op de TU/e-campus als gemeentelijk monument aan te wijzen. Het gaat om het Auditorium, Gemini-Zuid, Ceres, de vloerreliëfs van Ad Dekkers en het vloermozaïek van Jan Dijker. De vijf objecten vormen samen een belangrijk onderdeel van de cultuur- en kunsthistorische geschiedenis van zowel de universiteit als de stad. De TU/e-campus heeft al een monument; in 2018 werd Metaforum, de voormalige W-Hal, aangewezen als rijksmonument.
De ontwikkeling van de TU/e is onlosmakelijk verbonden met de groei van Eindhoven na de Tweede Wereldoorlog. De gemeente stelde ruimte beschikbaar om op de huidige locatie de tweede Technische Hogeschool van Nederland te bouwen. De campus maakt deel uit van het DNA van de stad. De erfgoedstatus van de voorgedragen panden en kunstwerken bekrachtigt dit.
Remco van Dooren, wethouder erfgoed gemeente Eindhoven: “De TU/e en haar campus zijn intussen onmisbaar voor onze stad. Hier wordt gestudeerd, onderzoek gedaan en startups komen er tot bloei. Een plek waar mensen elkaar ontmoeten, en zelfs feestjes vieren. De TU/e gebouwen en kunstwerken die we als monument voordragen, vertellen een belangrijk verhaal over ons relatief jonge verleden. Door ze nu te beschermen, bewaren we ze voor toekomstige generaties studenten én inwoners.”
Verbinden met stad
De campus is uitgegroeid tot een openbaar toegankelijk groengebied midden in de stad. Architect en stedenbouwkundige Samuel van Embden nam voor het ontwerp van het universiteitsterrein de stadstuin als uitgangspunt.
Patrick Groothuis, vicevoorzitter College van Bestuur TU/e: “De TU/e-campus is niet alleen een plek om te studeren en te wonen, maar ook een open en groene omgeving voor alle Eindhovenaren en inwoners uit de regio. We nodigen iedereen uit om de campus te bezoeken: voor een wandeling, op de fiets of voor een kop koffie. Met circa 1.500 studenten op de campus investeren we in een prettige verblijfsplek, verbonden met de stad en de Dommelvallei, met aandacht voor natuur, biodiversiteit en dus cultuur-historische gebouwen en kunstwerken. In een stad die verder verdicht, willen we graag voorzien in de behoefte aan groene plekken om te ontspannen.”
De komst van de Rijksmuseum-dependance op de campus versterkt die verbinding nog meer.
Iconen van de campus
Kenmerkend voor de Eindhovense universiteitscampus zijn de modernistische architectonische stijl en het vooruitgangsdenken dat in de vormgeving terugkomt. Samuel van Embden (Architectenbureau OD205) heeft in de eerste en tweede bouwfase zijn stempel gedrukt op de uitstraling van de campus. Daardoor is het een coherente set van gebouwen. Dat maakt de Eindhovense universiteitscampus uniek ten opzichte van collega-technische universiteiten zoals Delft en Twente.
De drie gebouwen die de gemeentelijke monumentenstatus krijgen, zijn:
Auditorium
Het Auditorium, bouwjaar 1961-1966, is vanaf de beginjaren het kloppend hart van de TU/e: een markante, brutalistische verschijning, zichtbaar vanaf de Kennedylaan. Sinds de opening door prins Bernhard pakten hier door de jaren heen ministers, eurocommissarissen en topwetenschappers het podium.
Het Cuypersgenootschap, dat zich inzet voor behoud van bouwkundig erfgoed, droeg het gebouw bij de gemeente aan als monument. Daarnaast heeft de gemeente Eindhoven, op basis van eigen erfgoedonderzoek, de gebouwen Ceres en Gemini-Zuid aangewezen als gemeentelijk monument.
Ceres
Ceres, bouwjaar 1957-1959, is het voormalige ketelhuis van de universiteit dat een kenmerkend uiterlijk heeft door de schoorsteen en watertoren. Tussen 2009 en 2012 kreeg het een metamorfose en is nu in gebruik als kantoor- en onderwijsgebouw. Deze transformatie leidde in 2013 tot het Gebouw van het Jaar. Een prijs van BNA, de Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus.
Gemini-Zuid
Gemini-Zuid, bouwjaar 1970-1974, vormt de logistieke ruggengraat van de universiteit. Het verbindt via meerdere loopbruggen de verschillende universiteitsgebouwen met elkaar.
Het gebouw is illustratief voor de tweede bouwfase (1965-1974) van de TU/e-campus. De betonconstructie behoort tot een van de belangrijkste ontwerpen van architectenbureau OD205. Een ander uniek element van Gemini-Zuid is het driedelige kunstwerk ‘Glasproject’ van Jan van Goethem.
Vloermozaïek en -reliëfs
Naast deze drie gebouwen geeft de gemeente twee kunstwerken het stempel ‘historisch waardevol’. Het gaat om het vloermozaïek van Jan Dijker, bouwjaar 1957, dat deel uitmaakte van het eerste gebouw op het TU/e-terrein. Dijker deed tijdens zijn reizen met de Koninklijke Marine zijn inspiratie op voor de figuren die in het mozaïek zijn verwerkt.
Ook de vloerreliëfs van Ad Dekkers, bouwjaar 1970-1972, krijgen erkenning. Deze vier betonnen zitelementen, geïnspireerd op geometrische vormen, ontwierp Dekkers voor de patio’s van het voormalige Rekencentrum van de TU/e. Deze liggen nu tussen de gebouwen Vertigo en Matrix.
Kunstcollectie
Beide kunstwerken maken onderdeel uit van de unieke kunstcollectie van de universiteit. Die kunstcollectie is bijzonder, omdat vanaf de start van de Eindhovense universiteit er veel aandacht was voor kunst die de architectuur versterkte. Van Embden speelde daarin een belangrijke rol door voor specifieke locaties kunstenaars een ontwerp te laten maken.
Proces
Het voornemen tot aanwijzen van de gemeentelijke monumenten en historisch waardevolle kunstwerken ligt zes weken ter inzage voor zienswijzen. Eventuele zienswijzen worden daarna afgewogen in de definitieve besluitvorming. Naar verwachting zal dit voor de zomer afgerond zijn.
fotografie door Rien Boonstoppel, Vincent van den Hoogen en de TU/e.




